Internationale contracten leiden tot internationale handelsgeschillen. Deze kunnen onder meer worden beslecht bij een commercial court. In Nederland wordt momenteel een Netherlands Commercial Court (NCC) opgericht. Dit introduceert een keuze voor (contracts)partijen voor een nieuw forum voor beslechting van internationale handelsgeschillen in de Engelse taal, waarbij de belangen van snelheid, efficiëntie en goede financierbaarheid centraal staan. Dit artikel verkent de positieve aspecten van de NCC en houdt de contractspraktijk de mogelijkheid voor om te opteren voor dit nieuwe forum. |
Contracteren
Meer op het gebied van Burgerlijk (proces)recht
Over dit tijdschriftMeld u zich hier aan voor de attendering op dit tijdschrift zodat u direct een mail ontvangt als er een nieuw digitaal nummer is verschenen en u de artikelen online kunt lezen.
Redactioneel |
Redactioneel |
Artikel |
Opteren voor de Netherlands Commercial Court |
Trefwoorden | NCC (Netherlands Commercial Court), Forumkeuze, internationale handelsgeschillen, Naamsbekendheid, Hof Amsterdam |
Auteurs | J. Hoeben LLM, Prof. mr. A.L.M. Keirse en M.D. Reijneveld LLB |
SamenvattingAuteursinformatie |
Diversen |
Yes or no to no oral modification clauses? |
Trefwoorden | Boilerplate, NOM-clausule, No oral modification, Gerechtvaardigd vertrouwen bij totstandkoming, Wil/vertrouwensleer |
Auteurs | Prof. mr. T.H.M. Van Wechem en Prof. mr. H.N. Schelhaas |
SamenvattingAuteursinformatie |
Clausules waarin vooraf afspraken worden gemaakt over vormvereisten waaraan toekomstige wijzingen van de gemaakte afspraken moeten voldoen, zogenoemde NOM-clausules, laten zich lastig juridische plaatsen. Wat gaat vóór: de oude afspraak die aangeeft dat een nieuwe afspraak slechts schriftelijk kan worden gemaakt, of de nieuwe mondelinge afspraak waarbij klaarblijkelijk van de oude is afgeweken? In het artikel wordt min of meer aangegeven dat het hiervoor bedoelde ‘klaarblijkelijk’ het scharnierelement is. Om vast te stellen of partijen een nieuwe afspraak hebben willen maken, dient met precisie naar artikel 3:35 BW te worden gekeken. Volgens de auteurs zal het antwoord op voornoemde vraag afhangen van het ‘gerechtvaardigd’ vertrouwen dat in de nieuwe situatie al dan niet is opgewekt. |
Discussie |
De uitleg van een olympische Topsportersovereenkomst: Van Gelder/NOC*NSF onder de loep |
Trefwoorden | Topsportovereenkomst, Uitleg, Haviltex, Bindende partijbeslissing, Van Gelder/NOC*NSF |
Auteurs | Mr. M.A. de Vlieger |
SamenvattingAuteursinformatie |
In Van Gelder/NOC*NSF heeft de rechter marginaal getoetst of NOC*NSF in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen om Van Gelder uit te sluiten van verdere deelname aan de Olympische Spelen. De auteur analyseert de juistheid van die normtoepassing. Hij concludeert dat een onjuiste maatstaf is toegepast; tussen partijen gold een Topsportersovereenkomst, en uitleg van die overeenkomst met toepassing van de Haviltex-norm was geboden. Het artikel is relevant voor NOC*NSF en atleten: dient NOC*NSF zijn contracten met olympische atleten te herzien en waar moeten atleten zich van vergewissen? |
Praktijk |
Houd de vertegenwoordiger kort aangelijnd |
Trefwoorden | Vertegenwoordiging, schijn van volmachtverlening, Toedoen, Toerekening, Bode, Onderhandelen met een voorbehoud |
Auteurs | Mr. drs. J.H.M. Spanjaard |
SamenvattingAuteursinformatie |
Op 3 februari 2017 wees de Hoge Raad twee arresten over de schijn van volmachtverlening. In deze arresten stond de vraag centraal wanneer van toerekening sprake kan zijn. Het antwoord: als feiten en omstandigheden aanwezig zijn die aan de achterman kunnen worden toegerekend. Deze arresten worden besproken tegen hun dogmatische achtergrond en in vergelijking met de aansprakelijkheid voor bodes en met het geval waarin is onderhandeld met een voorbehoud. |
Praktijk |
Update jurisprudentie agentuurovereenkomsten 2015-2017 |
Trefwoorden | Agentuur, Klantenvergoeding, beëindiging agentuurrelatie, artikel 7:428 BW, Provisie |
Auteurs | Mr. drs. H.S. Kleinjan |
SamenvattingAuteursinformatie |
In dit artikel wordt de in de periode 1 januari 2015 tot en met 22 mei 2017 gewezen jurisprudentie over agentuurovereenkomsten besproken. Een breed scala aan onderwerpen met betrekking tot agentuurovereenkomsten passeerde de revue de afgelopen twee jaar bij de rechtbanken, de gerechtshoven en het HvJ EU. Gemeenschappelijke noemer was dat vrijwel alle besproken uitspraken verband hielden met de beëindiging van de agentuurovereenkomsten. Een algemeen beeld dat naar voren komt, is dat de agent nog altijd veel bescherming wordt geboden. |